SalesPoint · Installatiehandleiding

Stel SalesPoint in binnen Salesforce

Uw SharePoint- & Salesforce-integratie is bijna klaar, nog één korte installatie te gaan. Deze handleiding leidt u door het koppelen van uw SharePoint-site aan uw Salesforce-org en het toevoegen van de component aan uw Lightning-pagina's.

Deel 1

Salesforce-installatie

Koppel uw SharePoint-site aan uw Salesforce-org.

  1. 1

    Permission sets toewijzen

    Wijs de juiste Permission Set(s) toe aan uw gebruikers. Wijs minimaal SharePoint Admin Access toe aan uw eigen gebruiker, zodat u de volgende stappen kunt uitvoeren.

    Permission sets toewijzen
  2. 2

    Open de SharePoint-app

    Ga naar de App Launcher en zoek op SharePoint App. Open de app: standaard opent de homepagina van de app.

    Open de SharePoint-app
  3. 3

    Start het verlenen van toegang

    Klik op de homepagina op het “Click me”-vlak aan de rechterkant. Er opent een nieuw tabblad waarin u toegang verleent aan de SharePoint-app.

    Start het verlenen van toegang
  4. 4

    Accepteer het toestemmingsverzoek

    Accepteer in het nieuwe tabblad het toestemmingsverzoek van de app. U wordt daarna doorgestuurd naar de Salesforce-loginpagina.

    Accepteer het toestemmingsverzoek
  5. 5

    Gebruik de juiste login-URL

    Standaard wordt u doorgestuurd naar login.salesforce.com. Heeft u de app in een Sandbox geïnstalleerd, vervang dit dan door test.salesforce.com.

    Gebruik de juiste login-URL
  6. 6

    Inloggen & bevestigen

    Log in met uw Salesforce-org. Er verschijnt een “Connection successful”-melding. Sluit deze: u keert terug naar de homepagina van de app (nu met een andere afbeelding). Klik op Next.

    Inloggen & bevestigen
    Inloggen & bevestigen
  7. 7

    Maak een nieuwe verbinding

    Kies Create a new connection en geef de gekoppelde SharePoint-site een duidelijke, generieke naam. Klik op Next.

    Maak een nieuwe verbinding
  8. 8

    Kies de hoofdmap

    Selecteer de Site ID (of een map daarbinnen) als de hoofdmap waar de dynamische mappen worden aangemaakt (bijv. site “Salesforce Demo”, map “Test Folder”). Klik op Next.

    Kies de hoofdmap
  9. 9

    Profielen, bestandstypen & verwijderrechten instellen

    Stel op het laatste scherm drie dingen in: de profielen die toegang krijgen tot de app, de toegestane bestandsformaten (bijv. pdf, docx) en de gebruikers die SharePoint-bestanden vanuit Salesforce mogen verwijderen.

    Profielen, bestandstypen & verwijderrechten instellen
    Profielen, bestandstypen & verwijderrechten instellen

Trusted URL-configuratie

Ga naar Setup → zoek op Trusted URLTrusted URL → New Trusted URL, vul vervolgens de onderstaande velden in en klik op Save:

VeldWaarde
API NameEen naam zonder spaties of speciale tekens, bijv. bedrijfsnaam_Sharepoint
URLhttps://uwdomein.sharepoint.com (uw eigen SharePoint-domein)
ActiveAangevinkt
CSP ContextAll
connect-src (scripts)Aangevinkt
font-src (fonts)Aangevinkt
frame-src (iframe-inhoud)Aangevinkt
img-src (afbeeldingen)Aangevinkt
media-src (audio & video)Aangevinkt
style-src (stylesheets)Aangevinkt

💡 Tip: uw SharePoint-domein is de URL waarmee u SharePoint opent, bijv. https://resolveit.sharepoint.com.

Deel 2

Lightning-pagina configureren

Voeg de SharePoint-component toe aan uw objectpagina's.

Hoe mapkoppeling werkt: wanneer u een object aan SharePoint koppelt, controleert het eerst of er op de aangewezen locatie al een map bestaat met dezelfde naam als de record. Bestaat die, dan wordt deze automatisch gekoppeld (zodat er geen dubbele mappen ontstaan); zo niet, dan wordt er een nieuwe map aangemaakt.
  1. 1

    Maak twee tekstvelden per object

    Maak op elk object dat u met SharePoint wilt koppelen twee tekstvelden aan: één om het SharePoint Folder ID op te slaan en één voor het Pinned Folder ID.

    SharePoint Folder Id-veld in Salesforce
  2. 2

    Voeg de component toe aan de Lightning-pagina

    Open de Lightning App Builder en sleep de SharePoint-component naar een willekeurige Lightning-pagina.

    SharePoint-component op de Lightning-pagina
  3. 3

    Configureer de component

    De instellingen kunnen per object verschillen. Vul in:

    1. API-naam van het veld waarin het SharePoint Folder ID wordt opgeslagen.
    2. API-naam van het veld waarin het Pinned Folder ID wordt opgeslagen.
    3. API-naam van het object waarvoor de component werkt.
    4. (Optioneel) API-naam van het bovenliggende object, alleen als u de record wilt koppelen aan een ander object in de mappenstructuur.
    5. (Optioneel) API-naam van het veld waarin het SharePoint ID op het bovenliggende object staat.
    6. API-naam van het veld dat de mapnaam op SharePoint bepaalt (standaard = recordnaam).
    7. (Optioneel) Een maximale hoogte voor de Lightning-component.
    8. Selecteer met welke SharePoint-site u verbindt: de site die u in de Salesforce-installatiestappen hebt aangemaakt.
    Configuratiepaneel van de SharePoint-component

    Het Salesforce Files-vinkje: indien aangevinkt worden bestanden die als Salesforce Files worden aangemaakt door (externe) gebruikers of apps automatisch ook naar SharePoint gekopieerd.

  4. 4

    Opslaan & activeren

    Sla de Lightning-pagina op en activeer deze. SalesPoint is nu actief op dat object.

Hulp nodig?

Onze consultants helpen u graag met de installatie of een begeleide onboarding.